Met zijn gecombineerde studie heeft hij het beste van twee werelden: nautische, technische en algemene vakken krijgt William aan de Maritieme Campus van Firda op Urk, en voor de praktijk van de toekomst wordt hij klaargestoomd bij de Koninklijke Marine. Dé ideale mix voor zijn gedroomde werkveld. ‘Hiermee kan ik straks de hele wereld over.’
‘Als Urker ben ik opgegroeid aan het water, al lag een leven op zee niet voor de hand. Mijn vader is schilder, mijn moeder werkt in de zorg. Als kind twijfelde ik over wat ik wilde worden. Op de middelbare school had ik met Bouwen, Wonen & Interieur wel gekozen voor een technisch profiel, maar pas tijdens stage aan boord van een zeevaartschip begon bij mij iets te borrelen. Toen ik bij het Zeekadetkorps Urk – een soort scouting, maar dan actief op water – kwam kreeg ik echt een sterk gevoel voor zee. Ik leerde er zeilen en roeien, hoe een machinekamer werkt. Het was een soort Marine in het klein, want bij het korps had je ook al rangen en standen.’
Tijdens een open dag van Firda zag ik deze opleiding en wist meteen: dat is iets voor mij!
‘Ik voel me hier thuis’
‘Tijdens een open dag van Firda zag ik deze opleiding en wist meteen: dat is iets voor mij! Mijn ouders moesten wennen aan het idee dat ik in de toekomst vaak lang van huis zal zijn, maar ze vinden het wél heel gaaf. Dit is wel mijn wereld, ik voel me hier thuis. Wat ik fijn van Firda vind is dat het echt een zeevaartschool is waar je bezig bent met je toekomst. Lekker dicht bij de haven en kleinschalig, dat werkt voor mij prettig. Nu zit ik nog in het tweede jaar met best veel basis en theorie; mijn favoriete vakken gaan over hulpsystemen, de marine en machinekamer. Je leert het vak écht tijdens de stages op het water. Ik heb al meegedraaid in de havens van Noorwegen en in Polen op een koopvaardijschip. Wat dit traject intensief maakt is dat je ook vier weken per jaar in de kazerne in Den Helder wordt getoetst op kennis van hydrauliek, militaire vorming en elektrotechniek. Je moet in feite “dubbel” leren, maar dat heb ik er graag voor over.’
‘Eerst de wereld rond’
‘Na de zomer – als ik medisch en psychologisch gekeurd ben – mag ik intern bij de Marine. Dan krijg ik als matroos 2e klas militaire vorming. Maandag van huis, vrijdag terug. Dat wordt een heel ander leven natuurlijk, met 360 verplichte vaardagen voordat ik mijn diploma krijg. Daarmee kan ik straks alle kanten op in onbeperkt vaargebied, dát is ook mijn grote droom. Ik zie mezelf wel in de machinekamer aan boord van een marineschip ergens aan de overkant van de oceaan, bij Zuid-Amerika. Ik ga voor het avontuur! Je doet geregeld havens aan als je voor een beroepsleven op zee kiest. Twijfels heb ik niet. Natuurlijk, als ik later getrouwd ben en kinderen heb, kies ik misschien voor een leven op de vaste wal, maar eerst ga ik de wereld rond. Warme landen trekken me het meest, maar als ik voor mijn werk naar de Noordpool moet, dan ga ik naar de Noordpool.’