Je stelt de apparatuur in en mengt de verschillende (hulp)materialen in de juiste volgorde. Je houdt daarbij rekening met de hoeveelheden, verhoudingen en uithardingstijden van de gebruikte materialen. Je volgt het productieproces (visueel) en stuurt het productieproces bij wanneer nodig, door bijvoorbeeld materialen toe te voegen. Tot slot laat je het composiet product uitharden.
Het composiet product voldoet aan de kwaliteitseisen, de werkplek en hulpmiddelen zijn schoon en klaar voor hergebruik en je hebt de benodigde documenten ingevuld. Je past diverse detectiemethoden toe om de aard en de omvang van een beschadiging vast te stellen. Dat kan visueel, maar soms is het nodig om de lak of de coating te verwijderen.
Nadat je de schade hebt vastgesteld, verwijder je de beschadigde delen van de composietconstructie door te slijpen, te snijden en/of te schuren. Je bereidt de reparatie voor door de omgeving en het object schoon en stofvrij te maken en de voorgeschreven (reparatie)materialen en hulpmiddelen te verzamelen.